|
De gerbil is een klein dier, van neus tot achterwerk meet
hij zo'n 12 centimeter, zijn gepluimde staart voegt daar nog een 6 à 12
centimeter aan toe. Het mannetje is meestal wat forser dan het vrouwtje, en
weegt zo'n 53 tot 133 gram. Het lichaam van een gerbil is slank, en zijn vel zit
vrij strak. De kop is nogal kort en breed, met een spits uitlopende neus.
De wildkleur van de Mongoolse gerbil, het zogenaamde agouti, bestaat uit haren
met een leigrijze basis, een gelige kleur in het midden en zwarte punten. De
buik en poten zijn beige tot wit.
De vacht moet een zijdeachtige glans hebben. Deze glans wordt vooral veroorzaakt
door de olieachtige afscheiding van een klier op de buik van de gerbil. Beide
geslachten hebben zo'n klier, hiermee kunnen zij geurmerken afgeven aan objecten,
en ook aan elkaar. Bij het poetsen wrijven zij deze substantie, die pheromonen
bevat, over hun eigen vacht. Pheromonen zijn geurende hormonen, zo heeft elke
gerbil zijn eigen unieke geur.
De lichaamstemperatuur van de gerbil is 37,4 tot 39 graden Celsius, de
ademfrequentie 70 tot 120 maal per minuut, en ze hebben een hartslag van 260 tot
600 maal per minuut. Ze worden gemiddeld zo'n 3 jaar oud, met een enkele
uitzondering van dieren die de leeftijd van 5 jaar (of zelfs nog ouder) halen.

Het onderlijf van een vrouwtje is meestal wat ronder en de anus en vagina zitten
wat dichter bij elkaar dan de anus en penis van het mannetje. Bij een volwassen
of bijna volwassen mannetje is ook duidelijk het scrotum zichtbaar, aan de basis
van de staart.
Vaak worden gerbils aangezien voor muizen, toch zijn er een aantal duidelijke
verschillen tussen deze diersoorten. Gerbils graven gangen en muizen niet.
Gerbils hebben glanzende zwarte (of rode) ogen, die groter en boller zijn dan
die van de muis. Het hoofd van de gerbil is korter en breder, zoals van een
eekhoorn, zijn achterpoten zijn langer dan zijn voorpoten, terwijl alle poten
van een muis even lang zijn. Een ander kenmerk van gerbils is dat zij een kleine
haarloze plek hebben op de verder behaarde zolen van de achterpoten. Tevens
hebben gerbils een lange, behaarde staart met een pluimpje aan het uiteinde,
muizen hebben een naakte staart.
Een verschil dat op het eerste oog niet opvalt is dat de bovenste snijtanden van
een gerbil een lengtegroef hebben, die bij muizen ontbreekt.
Over tanden gesproken, zoals bij alle knaagdieren groeien de snijtanden van een
gerbil altijd maar door. Door veel te knagen houden zij hun tanden kort genoeg
om normaal te kunnen eten.
HERKOMST / UITERLIJKE KENMERKEN / GEDRAG / VOORTPLANTING / DE ONTWIKKELING / KLEUREN /
KLEURGENETICA
|